Model voor een Gouden Eeuw

Marc Ruyters

 

 

Een Brusselse ket neemt de Antwerpse fortengordel in. In het kader van de mondialisering, globalisering en city marketing van vandaag is dit misschien peanuts, maar in dit geval is het anders: het is een lokaal-globale rebelse daad. Antwerpen, stad van pieken en dalen, met de Gouden Eeuw eind 16de, begin 17de eeuw (dus eigenlijk maar een halve gouden eeuw), en nadien met de heropleving na de opheffing van de Scheldetol in 1863, was vaak een open stad, met immigranten vanuit de hele, toen bekende wereld. We leven nu in andere tijden, de discussie is bekend.

 

Brussel heeft ook een Gouden Eeuw gekend, van pakweg 1850 tot 1914. Met de Art Nouveau, Les XX, La Libre Esthétique, de aanzet tot het modernisme van Henry Van de Velde enzovoort. Ook Brussel is een stad van pieken en dalen, met een nieuwe glorietijd vanaf Expo 58 en als hoofdstad van Europa. Maar daar is sinds 13/11 in Parijs en 22/03 in Brussel blijkbaar ook een einde aan gekomen…

De twee Belgische steden zijn nooit elkaars vrienden geweest. Er lag eerder een autosnelweg van Brussel naar de kust dan van Brussel naar Antwerpen, toch de twee economische groeipolen in dit surrealistische land.

 

En nu dus komt een Brussels kunstenaar de Gouden Eeuw van Antwerpen omarmen, maar met de nodige stekels. Want wat was de Antwerpse Gouden Eeuw? De stad speelde in op de verzanding van het Zwin, waardoor Brugge de vergetelheid in gleed, werd een economische, maar ook een culturele macht (met de eerste kunstgaleries ter wereld), met een immense export aan schilderijen, sculpturen, retabels en wat dies meer zij die over de hele toen bekende wereld uitgevoerd werden, letterlijk met scheepsladingen.

 

Toen was het alom openheid, nadien alom beslotenheid: Antwerpen kreeg, als belangrijke havenstad, de grootste fortengordel die eind 19de, begin 20ste eeuw gebouwd werd, om alle invasies uit het oosten, westen en zuiden tegen te houden. De uitkomst is bekend: toen werd het vliegtuig uitgevonden, en de Duitsers hadden hun Dikke Bertha-kanon, de forten werden aan flarden geschoten.

 

Antwerpen zit vandaag op een tweespalt: open of gesloten? Daar speelt Brusselaar Jan De Cock op in met zijn werk voor Fort Art. Hij is de gastkunstenaar die de moddergronden van de Antwerpse forten gebruikt als sokkel voor twaalf beelden in beton, die geen beelden zijn, maar modellen voor roemrijke figuren uit die al vernoemde Gouden Eeuw, van de bestsellers Rubens, Jordaens en Van Dyck, over Nicolaas Rockox en Hélène Fourment, tot John Bull en Peter Philips, componisten voor de kerkmuziek van de kathedraal.

 

Jan De Cock bouwde sinds 2000 een imposante carrière op, waarbij hij stoelde op de ideeën van het modernisme en sculpturenreeksen als ‘Randschade’ en ‘Denkmal’ ontwikkelde, met tentoonstellingen in het Museum voor Schone Kunsten en S.M.A.K. Gent, Schirnhalle Frankfurt, Manifesta San Sebastian, Tate Modern in Londen, MoMA New York … In 2012 maakte hij een romantische tentoonstelling met de titel ‘Jacqueline Kennedy Onassis’, onder meer in Knokke en Baden-Baden. En sinds 2013 trekt hij de wereldsteden rond (Herford, Milaan, Mexico City, Belfast, Kiev, Havana …) met ‘Everything For You’, waarbij hij een soort van ready made-sculpturen in de publieke ruimte plaatst, als gift aan de lokale gemeenschap.

 

Daartoe ontwikkelde hij het idee van het ‘Sculptuurcommunisme’, waarover hij een manifest schreef: beeldende kunst is in handen van het kapitalisme geraakt, de kunstenaar is zijn vrijheid kwijt en moet creëren voor de (kunst)markt. Door opnieuw zijn vrijheid op te eisen en kunst aan de publieke ruimte te schenken wordt het ‘kunstkapitalisme’ vervangen door een ‘sculptuurcommunisme’. De artiest komt

eindelijk weer in het centrum staan.

 

Jan De Cock is ook oprichter van het Brussels Art Institute (B A I_), dat werkt in de traditie van het Bauhaus: B A I_ wil, in samenwerking met Sint-Lukas Kunsthumaniora Brussel, een plek zijn met een school, ateliers, residenties, tentoonstellingen, podiumvoorstellingen en andere culturele initiatieven, net om in te gaan tegen dat waar het volgens De Cock misgelopen is: het museum is dood, de kunstschool is failliet. Het kunstenaarsatelier wordt, zoals vroeger, opnieuw het te verkiezen model waarbij meester en ‘leerling-apprenti’ op een creatieve manier met elkaar omgaan. Het oude schoolmodel en het oude museummodel moeten de schop op: in het B A I_ kunnen de studenten creëren én meteen tonen, want het gebouw is de hele dag open voor iedereen.

 

Voor FORT ART, een artistiek initiatief dat de eigenheid en het karakter van de 19de-eeuwse Antwerpse fortengordel wil verbinden met hedendaagse beeldende kunst, maakt Jan De Cock nu een ‘Everything For You, Antwerp’.  De beelden en de krant vormen een diptiek, samen zijn ze a model for a monument for Antwerp.